Amsterdam Light Festival

Smart City als speeltuin

Door op

In de discussie over Smart Cities wordt doorgaans op economische en ecologische aspecten ingezoomd. Ofschoon dat niet onterecht is – opbouw en onderhoud van de fysieke structuren moeten immers gefinancierd worden, en schone lucht is voor ieder mens van levensbelang – kan dat leiden tot een te eenzijdige focus op technologie met de daaraan verbonden “verdienmodellen” en “business cases”. Als steden slechts een plek zouden moeten zijn om te slapen en te werken, dan hadden we genoeg aan uniforme woonkazernes. Rationeel, efficiënt, en zeker economisch en ecologisch slim te noemen. Maar doodsaai.

De beroemde ‘stadssociologe’ Jane Jacobs verwees in haar boeken de centrale plannings– en ontwerpgedachte van stadsontwikkeling naar de prullenbak . Zij vestigde in de jaren zestig van de vorige eeuw al de aandacht op toevallige ontmoetingen met vreemden, die volgens haar het stadsleven ‘maken’. Een stad, met een breed aanbod van evenementen, cultuur, culinaire variëteit, sport en ontspanning biedt stadsbewoners ruimte om hun leven in te richten naar eigen inzichten, zonder de verstikkende sociale controle die kleine gemeenschappen kan kenmerken. Maar dergelijke ‘spontane’ effecten van het stadsleven laten zich maar moeilijk verenigen met het streven naar efficiëntie en effectiviteit van veel smart city projecten. Ze gaan soms voorbij aan de gedachte dat de beste ideeën kunnen ontstaan als je juist even niet efficiënt bent, op je gemak op een terras gaat zitten of de natuur in gaat, je laat verrassen door nieuwe indrukken zonder vooropgezet, SMART doel…

 

 

Deel deze pagina